Een nieuw licht op het Vlaamse islamdebat

Donderdag 29 okt 2009, van 19u tot 22u

Een nieuw licht op het Vlaamse islamdebat

De aanwezigheid en zichtbaarheid van islam in onze samenleving zorgt de laatste jaren steeds vaker voor verdeeldheid in het Vlaamse intellectueel debat. Denken we maar aan de talrijke hoofddoek-controverses die de opiniekaternen van kranten steeds opnieuw vullen. Dit najaar verschijnen twee sterke boeken die een nieuw licht willen werpen op het debat over islam in Vlaanderen.

Het eerste ‘Het Islamdebat’ is van de hand van Sami Zemni. Dit boek wil, doorheen de analyse van de relatie tussen islam en Verlichting en het gevaar van de islamofobie, een solide basis bieden om na te denken over een vernieuwde politieke gemeenschap die insluit in plaats van uitsluit. Zemni nodigt ons uit om de ratio te laten primeren op de emotie, om de analyse te laten voorgaan op het vooroordeel en om via dialoog een plaats te vinden voor de islam in onze democratische maatschappij.

Aan het tweede boek ‘Een Leeuw in een Kooi’ werkten een hele reeks auteurs mee, oa Karel Arnaut, Sarah Bracke, Bambi Ceuppens, Sarah De Mul, Nadia Fadil en Meryem Kanmaz. Zij nemen vooral de manier waarop in Vlaamse debatten gepraat wordt over allochtonen, feminisme, holebirechten, emancipatie, neutraliteit en burgerschap op de korrel. Op 29 oktober stellen Sami Zemni en Nadia Fadil elk hun eigen boek voor. Ze gaan met elkaar in gesprek en geven een aantal kritische reflecties op elkaars boeken.

Begeleiding Nadia Fadil, Sami Zemni en Samira Azabar (moderator)
Datum donderdag 29 okt 2009, van 19u tot 22u
Plaats Zaal Chapo, Statiestraat 146 in Berchem
Organisatie vzw Motief
Deelnameprijs
Indien u inschrijft en betaalt vóór 2 okt 2009: € 8
Indien u inschrijft en betaalt na 2 okt 2009: € 10

Wie inschrijft voor het volledige programma VoorUitgelezen, betaalt slechts € 20 voor de drie avonden! Vermeld dan bij uw inschrijving cursuscode R09VUG
Cursuscode R09VUZ

Vzw Motief
Boomsesteenweg 269
2020 Antwerpen

Tel: 03/216 94 83
info.motief@skynet.be
http://www.motief.org

Een Leeuw in een Kooi te gast bij de Vlaamse Sociale Week van het ACW

Op 13 en 14 oktober gaat de Vlaamse Sociale Week van het ACW door in de Duinse Polders in Blankenberge, onder de titel “In staat tot herstemmen”. Noties van meerstemmigheid en actief pluralisme staan centraal in de tweedaagse, en in die context werd Sarah Bracke uitgenodigd om een workshop te begeleiden, waarin een aantal inzichten uit Een Leeuw in een Kooi centraal staan.

link naar de Vlaamse Sociale Week van het ACW

Een Leeuw in een Kooi op Spoken World 09

Een Speech Act door Sarah De Mul en Nadia Fadil op Spoken World 09
Zaterdag 10 oktober 2009, om 21.30 uur – Kaaitheater

‘Speech Acts’ are short interventions (15 min.) before or after a performance. Performers, academics, writers and so on speak briefly but to the point about topics related to the theme of this Spoken Word.

1989 was also the year of the first headscarf problems in France and the founding of VTM (commercial tv-station in Flanders). These two events indicate a series of cultural developments that are closely interwoven and still define the way Flanders is today.

Sarah De Mul is a literary academic and writer. Nadia Fadil is a sociologist and current affairs writer. Both worked on the book Een Leeuw in een Kooi. The limits of multicultural Flanders, which Meulenhoff-Manteau are publishing this month. Their ‘speech act’ is a reworking of several extracts from the book.

link naar Spoken World 09

Een Leeuw in een Kooi te gast bij Klara

(Her)beluister het interview met Sarah Bracke op Klara van dinsdag 6 Oktober 2009 via volgende link

Een Leeuw in een Kooi bij Het Andere Boek

‘Een Leeuw in een Kooi’ bij Het Andere Boek

Zondag 4 Oktober om 12u

Met: Karel Arnaut, Sarah Bracke, Nadia Fadil en Ico Maly

Moderatie: Samira Bendadi (Mo*)

Een multicultureel Vlaanderen is geen keuze maar een realiteit. Vele Vlamingen smaken graag de aangeboden consumptieproducten van de multiculturele samenleving, van etnische restaurants tot wereldmuziek, maar spuwen de mensen die ze produceren uit omdat ze ‘onze cultuur’ niet zouden delen.

Het debat over een multicultureel Vlaanderen gaat in feite over (de grenzen van) ‘de Vlaamse cultuur’. Het is tevens een debat dat tegenstellingen tussen conservatief en progressief, tussen rechts en links, overschrijdt.

Karel Arnaut, Sarah De Mul en Nadia Fadil willen de termen waarin het debat tot nu toe gevoerd is radicaal wijzigen. Samen met drie andere redacteurs – Sarah Bracke, Bambi Ceuppens en Meryem Kanmaz- schreven ze Een leeuw in een kooi. Het boek geeft een baanbrekend perspectief op de multiculturele samenleving in Vlaanderen en bespreekt een reeks heibele thema’s, gaande van religie, feminisme, kolonialisme en klasse tot identiteitspolitiek. Hierbij wordt de controverse niet uit de weg gegaan.

Ze leggen de armoede van het huidige linkse referentiekader over cultuur, identiteit en racisme bloot. Ze nemen standpunten op de korrel van ‘wie het goed bedoelt’ en delven aspecten van het Vlaamse verleden op die tot nu toe verdoken zijn gebleven, om het multiculturele heden beter te begrijpen.

De auteurs delen hun bevindingen met het publiek van Het Andere Boek en worden daarin bijgestaan door Ico Maly, auteur van De beschavingsmachine.

naar de website van Het Andere Boek

toespraken op de boekpresentatie

su-leeuw-ie-kooi-uitntoespraak door Jan Goossens download

toespraak door Ida Dequeecker download

toespraak door Bambi Ceuppens download

toespraak door Nadia Fadil download

boek presentatie KVS

su-leeuw-ie-kooi-uitn

Het gekooide Vlaanderen

Sinds 2000-2001 kent Vlaanderen een heropflakkering van het multicultureel debat. Protagonisten van alle slag confronteren elkaar met de vraag in welke mate culturele gewoontes en praktijken van bepaalde minderheden — in het bijzonder moslims — te rijmen vallen met ‘de dominante normen en waarden’ én in welke mate ze ook aan de basis liggen van bepaalde sociale problemen, van onderwijsachterstand en werkloosheid tot discriminatie en racisme. Door multiculturaliteit (als oorzaak, als probleem en als uitkomst) buiten Vlaanderen te plaatsen, komt de focus te liggen op de anderen — allochtonen en moslims, maar bij uitbreiding ook ‘Franstaligen’, ‘Brusselaars’.

Daarentegen stellen wij dat het multiculturele debat niet alleen over ‘de ander’ gaat, maar ook en vooral over Vlaanderen. Meer zelfs, de wijze waarop over multiculturaliteit wordt gesproken en gedacht is symptomatisch voor de manier waarop Vlamingen nadenken over Vlaanderen. De ontwikkeling van een Vlaamse identiteit en natie bleef tot nu toe een blinde vlek in het multiculturele debat, terwijl ze toch deel uitmaken van één en hetzelfde proces. Multi-culturalisme gaat immers over de verhalen die Vlaanderen over en aan zichzelf vertelt en vooral, over de verhalen die Vlaanderen tracht te vergeten. De wijze waarop Vlaanderen zichzelf sinds een aantal jaren vormgeeft, is immers geworteld in de veronderstelling van een fundamentele tegenstelling tussen de ‘wij’ en ‘zij’. Die wordt vervolgens gevoed en gerechtvaardigd door het uitspinnen van een aantal verhalen die als bouwstenen moeten dienen voor de Vlaamse natie, en die nu gedeeld worden door de meeste protagonisten in het debat, of ze zichzelf nu links dan wel rechts van het politieke spectrum situeren.

Een centraal verhaal verbeeldt Vlaanderen als ‘Heimat’ van ‘echte’ of ‘autochtone’ Vlamingen en plaatst anderen als ‘allochtonen’ buiten de nationale verbeelding. Hoewel de categorie allochtoon officieel slaat op iedereen met een (groot)ouder die in het buitenland werd geboren en maatschappelijk achteruitgesteld wordt, wordt het gebruik ervan in de praktijk beperkt tot mensen afkomstig uit Afrika en Azië, en in het bijzonder moslims. Hun sociale problemen, zoals werkloosheid of schooluitval, worden systematisch als ‘integratieproblemen’ gezien, of nog: als een effect van een ‘botsing’ met ‘onze normen en waarden’. Bovendien doet zich hier een paradox voor: terwijl ‘gemengde’ relaties en adoptie van kinderen uit het Zuiden gelden als voorbeeldige manieren om de kloof tussen ‘autochtonen’ en ‘allochtonen’ te dichten, vergroten ze alleen maar het aantal ‘allochtonen’, omdat deze kinderen geboren uit ‘gemengde’ relaties of afkomstig uit het Zuiden volgens de officiële definitie nooit ‘autochtoon’ kunnen zijn.

Een tweede verhaal dat Vlaanderen over zichzelf vertelt in relatie tot ‘de ander’ is dat van vrouwenemancipatie, met specifieke aandacht voor moslimvrouwen. Daarbij doet het multiculturele debat en passant beroep op de taal en het referentiekader van de vrouwenbeweging en het feminisme. Dankzij moslima’s is vrouwenemancipatie plots een zaak van algemeen belang geworden in Vlaanderen, met woordvoeders en steunbetuigingen uit de meest onverwachte hoeken. De selectieve verontwaardiging over de discriminatie waarvan zij het slachtoffer zijn, verdoezelt gemakshalve de problemen die alle vrouwen beroeren, van huishoudelijk en seksueel geweld tot lagere lonen.

Het derde verhaal is dat van de tegenstelling tussen het ‘seculiere’ en ‘vrije’ Vlaanderen versus de ‘religieuze en intolerante andere’, die op de spits wordt gedreven in onder andere de hoofddoekdebatten. Deze discussies grijpen steevast terug naar een enge secularistische visie om huidige religieuze verschijningsvormen bij jongere moslims af te doen als een ‘anachronisme’ en te problematiseren. Dat Vlaanderen hierbij voorbijgaat aan zijn eigen verzuilde traditie, en hiermee een laïcistische invulling geeft aan zijn neutraliteitsmodel, wordt er en passant bijgenomen.

Ten slotte is er het verhaal dat Vlaanderen telkens opnieuw ‘vergeet’ te vertellen: zijn koloniale verleden en de doorwerking ervan in zijn relaties met zijn actuele minderheden. Net zoals évolués in Belgisch Congo moeten ‘allochtonen’ zich individueel integreren in de mainstream, door individueel te bewijzen dat ze goede Vlamingen/Belgen zijn. En net zoals Congolezen voor 1960 niet genaturaliseerd konden worden tot Belgische burgers omdat ze al Belgische onderdanen waren, kunnen mensen van buitenlandse origine wel de Belgische nationaliteit hebben, maar geen ‘echte’ Vlamingen worden omdat ze ‘allochtonen’ blijven. Zoals koloniale subjecten blijven ‘allochtonen’ vreemdelingen die geen historische, politieke of culturele verwantschap zouden hebben met Vlaanderen.

Onze pogingen om deze verschillende bouwstenen kritisch te ontrafelen zijn in eerste instantie bij wijze van diagnose. Wij beschouwen deze dominante verhalen niet als onvervreemdbare bouwstenen van de Vlaamse natie, maar als argumenten die worden ingezet om bepaalde bevolkingsgroepen systematisch uit te sluiten uit de Vlaamse maatschappij. Maar daarnaast opent deze kritische ontrafeling ook nieuwe wegen voor een ‘ander’ Vlaanderen. Andere praktijken en denkbeelden die het mogelijk moeten maken om Vlaanderen te vertellen en te verbeelden in al zijn heterogeniteit. Een Vlaanderen dat de kooi van zijn ‘autochtonie’ openbreekt en al zijn bewoners erkent als Vlamingen. En waarin eenieder zich werkelijk thuis kan voelen, los van hun cultuur, etniciteit, gender, nationaliteit, religie of seksuele voorkeur.

Wie? Karel Arnaut (antropoloog, UGent), Sarah Bracke (sociologe, KU Leuven), Bambi Ceuppens (antropologe, KMMA), Sarah De Mul (literatuurwetenschapster, KU Leuven), Nadia Fadil (sociologe, KU Leuven) en Meryem Kanmaz (politicologe, ECICV). Wat? Multicultureel debat mist de kern van de zaak. Waarom? Multiculturaliteit is geen probleem van ‘de ander’, maar van Vlaanderen.

Een Leeuw in een Kooi. De Grenzen van het Multiculturele Vlaanderen, uitgegeven bij Meulenhoff/Manteau.

Het boek wordt tijdens het boekenfestival Het Andere Boek te Antwerpen op zondag 4 Oktober om 12 uur voorgesteld.

Gepubliceerd in De Standaard op 1 oktober 2009.

Wie is er bang van een inclusieve pedagogie?

De recente tussenkomst van kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen (DS 14/09/09) in de discussie over het hoofddoekenverbod doorbreekt eindelijk het lange stilzwijgen van pedagogen. Het huidige hoofddoekendebat gaat immers niet over volwassen vrouwen maar om schoolgaande meisjes. Die komen er in de actuele discussies amper aan te pas. Dat heeft te maken met een overspannen houding jegens religie en wereldbeschouwing, die versterkt wordt door een actuele Islamvrees. Het is ontstellend hoe de hoofddoeken van adolescenten in overjaarse denkschema’s over godsdienst en zijn sociale verankering begrepen worden, in plaats van als uitdaging in de wording van een inclusieve, emanciperende pedagogie.

Veel commentatoren bekijken de belevenis van jonge moslims door de bril van hun eigen ervaringen in het verzuilde Vlaanderen van weleer. Vlaamse volwassenen die in 1968 opkwamen tegen het gezag van de katholieke Kerk begrijpen niet dat jongeren nu een religie omhelzen. De vergelijking gaat echter niet op. De katholieke Kerk is niet de Islam en de jaren ’50 zijn niet de jaren 2000. Men mag laagopgeleide, katholieke arbeiders en boeren niet verwarren met jonge vrouwen die tot hun 18de naar school gaan. Het verzuilde, grotendeels landelijke Vlaanderen staat veraf van de hedendaagse geürbaniseerde consumptiemaatschappij. Die draagt individuele keuzevrijheid hoog in het vaandel en biedt een schier oneindig aantal levensstijlen aan waarin religieuze elementen vlot geïntegreerd kunnen worden. De lijn tussen religie en lifestyle wordt steeds dunner. De katholiek opgevoede Madonna tooit zich met kruisen, flirt in een videoclip met een zwarte Christus en bekeert zich dan tot een light versie van de joodse kabbala. In die lijn experimenteren Westerse adolescenten al decennia met de keuze voor een identiteit of levensstijl die ze ondermeer vorm geven door hun klederdracht en haartooi. Het is bovendien ook eigen aan adolescenten dat ze zich politiek engageren en daarbij vaak duidelijke keuzes maken voor groepen aan de uiteinden van het politieke spectrum, eerder dan in het centrum. De 1968 generatie is zo gefixeerd op de specifiek Belgische geschiedenis van verzuiling en secularisatie dat ze zich niet voorstellen dat de keuze voor de Islam, in verschillende vormen, ook een politieke keuze kan zijn: een identificatie met een subalterne groep.

Hedendaagse jonge moslims nemen bij die keuzes niet voetstoots de religieuze ideeën van hun ouders over, noch volgen ze passief de leerstellingen van lokale imams. Ze sprokkelen hun informatie over de Islam bij elkaar via verschillende bronnen, zoals het internet en willen, zoals vele christenen, een engagement aangaan dat ze persoonlijk vormgeven. Hun individuele beleving van religie en spiritualiteit sluit naadloos aan, en is een uiting van de consumptiemaatschappij waarin ze leven. De ‘Vlaamse’ hoofddoek gaat over de religie van deze tijd, niet van het verleden, van de westerse consumptiemaatschappij, niet van het naoorlogse Vlaanderen of van verre islamitische samenlevingen.

Commentatoren die zich blindstaren op een vervallen Vlaams begrip van religie en de Islam verliezen de adolescenten uit het oog om wie alles draait. Hoe anders te verklaren dat de scholen in Antwerpen en Hoboken niet de jongeren aan te pakken die meisjes onder druk zetten maar de slachtoffers zelf viseren en hen het recht ontzeggen een vrije keuze te maken? Het argument dat meisjes onder druk staan een hoofddoek te dragen verwijst wel naar die conditie van adolescentie, maar bezwijkt halverwege onder het gewicht van islamofobie. Deze druk wordt namelijk volledig los gezien van andere vormen van sociale druk waaraan jongeren blootstaan, inclusief die om geen hoofddoek te dragen. En die laatste wordt nu via een hoofddoekenverbod tot institutionele druk verheven. Een emanciperend pedagogisch proces bestaat er niet in om sociale druk onder jongeren te vervangen door de institutionele druk van regels en wetgeving, maar wel om jongeren weerbaar te maken door hen de instrumenten te geven om ermee om te gaan en zo hun eigen weg te vinden.

De absurditeit van een hoofddoekverbod wordt duidelijk in om het even welk ander voorbeeld van sociale druk bij adolescenten. Stel dat een aantal jongeren jongens onder druk te zetten die ze ervan beschuldigen “verwijfd” gedrag te tonen. Hoeveel scholen zouden dan beslissen dat dit probleem alleen kan opgelost worden door alle jongens te verplichten zich te gedragen volgens dominante ideeën van mannelijkheid?

Laten we wel wezen: jongeren die anderen onder druk zetten omdat ze zich niet kunnen vinden in hun gedrag, kledij, favoriete muziek, levensstijl of wat dan ook, vertonen pestgedrag. Moslimmeisjes die onder druk gezet worden om een hoofddoek te dragen (of af te zetten) worden gepest. En wat belet de bezorgde schooldirecties om pestende jongeren aan te pakken zoals ze dat doen met anderen? In plaats daarvan kiezen ze ervoor een ronduit verkeerd, zelfs gevaarlijk, signaal te geven. Moslimmeisjes krijgen de boodschap mee dat ze, anders dan andere adolescenten, niet het recht hebben hun eigen keuzes te maken, terwijl de jongeren die hen pesten de boodschap meekrijgen dat het recht van de sterkste geldt: de directie legt zonder democratisch overleg haar wil op, zoals die jongeren hun wil proberen op te leggen aan moslimmeisjes die geen hoofddoek dragen. Zo worden, in naam van de emancipatie van moslimmeisjes, stereotiepe genderverhoudingen bevestigd: meisjes worden beperkt in hun keuzes, terwijl jongens die hen proberen onder druk te zetten vrijuit gaan en een vrijgeleide krijgen om hen op andere manieren en buiten de school te pesten.

De betrokken directies hebben de afgelopen dagen vaak gezwaaid met de term ‘pedagogisch project’. In werkelijkheid verzaken ze aan hun pedagogische plicht om jongeren te leren om te gaan met pestgedrag, met elkaar in dialoog te treden en elkaars keuzes te respecteren. Het argument van een leerkracht van het Atheneum in Hoboken dat men de keuze van de meisjes niet moet respecteren omdat de maatschappij er niet klaar voor is (Koppen 10/09/09) is pedagogisch verwerpelijk. Men mag geen generatie meisjes opofferen voor een maatschappij die niet in staat is haar eigen racisme te bevragen. Omdat scholen jongeren moeten voorbereiden op de toekomst, moeten ze net een voorsprong nemen op een samenleving die nog niet toe is aan de dialoog over diversiteit. Er is dus nood aan een inclusieve pedagogie, met respect voor de religie en levensbeschouwing van alle leerlingen.

Jongeren gaan doorgaans intensief op zoek naar hun identiteit(en) en moeten kunnen experimenteren met drugs, seksualiteit, politieke overtuigingen, religie… Ouders en leerkrachten moeten hen een kader bieden waarin ze dat kunnen doen in dialoog, zonder zich te isoleren of in een vorm van sociale marginaliteit te belanden.

Door autoritair en eenzijdig hun wil op te leggen, tonen de Antwerpse scholen hun onmacht en falen om hun pedagogische verantwoordelijkheid ten aanzien van de nieuwe generaties op zich te nemen. Het hoofddoekenverbod is tevens een uitdrukking van het pedagogische failliet van de onderwijskoepels en het Ministerie van Onderwijs. Terwijl GO! in allerijl een algemeen hoofddoeken-verbod heeft ingevoerd, blijft binnen het katholieke onderwijsnet (buiten Antwerpen) de regeling van kracht dat scholen zelf kunnen kiezen. Dat getuigt van een minimaal engagement met de complexe en cruciale kwestie van inclusieve pedagogie. Het is bovendien ironisch dat individuele scholen wel kunnen kiezen of ze de hoofddoek toelaten of niet, zodat ze het recht krijgen hun leerlingen dergelijke individuele keuze te ontzeggen.

In plaats van concurrentie tussen onderwijsnetten en individuele scholen aan te moedigen, moet het Ministerie van Onderwijs erkennen dat pestgedrag onduldbaar is. In het Vlaamse onderwijs zouden, in het belang van het recht op individuele keuzevrijheid, jongens én meisjes het recht moeten hebben om uit te komen voor hun mening, in hun conversaties en gedrag, zolang ze daar anderen geen leed mee berokkenen of beledigen, of dat nu godsdienst, politieke opvatting, seksuele geaardheid, levensstijl, muziek of wat dan ook. Dit impliceert dat het Ministerie van Onderwijs de scholen die al een hoofddoekenverbod invoerden terug fluit en dat verbod opheft in het gemeenschapsonderwijs. Sinds een paar dagen lijkt het erop dat het basisrecht op onderwijs voor alle meisjes in Vlaanderen alleen gewaarborgd kan worden in scholen in een Islamitische zuil. Diegenen die deze situatie eerst institutioneel creëerden, hebben nu het lef om te zeggen dat ze dat geen goed idee vinden. Omdat een school best een weerspiegeling is van de samenleving, zo beweert Pascal Smet, terwijl dat ironisch genoeg precies een van de argumenten is tegen een hoofddoekenverbod. Maar de religieuze diversiteit moet blijkbaar ophouden aan de schoolpoort. Het zou Pascal Smet sieren mocht hij een voortrekkersrol nemen in een debat over inclusieve en emanciperende pedagogie.

Karel Arnaut (antropoloog, UGent); Sarah Bracke (sociologe, KU Leuven); Bambi Ceuppens (antropologe, Afrikamuseum Tervuren); Sarah De Mul (literatuurwetenschap, K.U.Leuven); Nadia Fadil (sociologe, KU Leuven); Meryem Kanmaz (sociologe, UGent). Zij zijn de auteurs van Een leeuw in een kooi. De grenzen van het multiculturele Vlaanderen, dat eind deze maand verschijnt bij Meulenhoff-Manteau.

Een ingekorte versie van dit stuk verscheen in De Morgen op 17 september 2009.


de inleiding

Inleiding via volgende link